+31 (0)6 - 4257 1712 sabinemeulenbeld@gmail.com

Traumaverwerking is het verleden een plek geven waar het niet meer (onbewust) de weg verspert naar een ademgevend leven. Dit kan door EMDR, maar ook op andere manieren. Ik nam me voor wat vaker beknopt concrete interventies te delen die ik in praktijk inzet. Hierbij mijn tweede bijdrage (helaas net te lang voor een bericht daarom nu in artikelvorm):

Beelden zijn van onschatbare waarde.

Hele religies zijn er op gebouwd, oorlogen door begonnen, verloren en gewonnen. Powerful stuff. Symbolen, metaforen en rituelen zouden wat mij betreft onderdeel mogen zijn van ieder gesprek dat om heling vraagt. Vandaag werk ik op locatie en zet ik vier symbolen klaar:

  • – De arend voor haar kracht en degene die ze bedoeld is te zijn.
  • – Het monster als personificatie voor de verkrachtingen.
  • – De vlinder voor onschuld
  • – De baby voor onmacht

Liever laat ik de client kiezen uit mijn tientallen symbolen, maar dit is nu mijn bereik.

Ik laat haar kennis maken met de symbolen door te vragen hoe deze symbolen passen bij de concepten waar we mee aan de slag gaan. Uiteraard met een taal die bij haar aan sluit. Ik nodig haar gedurende de gehele oefening uit de volgorde te bepalen van de symbolen waar we op dat moment mee bezig zijn, steeds weer. Ik geef haar controle.

Zie de eerste foto: ze begint bij de vlinder, onschuld. Hij kijkt van haar weg. Alsof hij er niet helemaal bij is. De vogel, kracht/eigenheid, plaatst ze in een hoekje, een beetje ontheemd. De baby, onmacht, krijgt een plekje tussen onschuld en het monster.

“Hoe voelen ze zich,” vraag ik haar. “op die plek?” Eenzaamheid lijkt de gemene deler. De baby voelt zich heel verdrietig bovendien. “Ongelooflijk hoe kloppend het is. Hoe kan dit?!” zegt ze.

“Wat moet er veranderen?” vraag ik. We verkennen wat ze zou willen voor ieder figuurtje. Meer liefde, meer nabijheid, meer bescherming. De vlinder wil vooral vrij zijn, de baby zoekt veiligheid. Ze schuift wat heen en weer met een zorgvuldige vorm van geforceerde achteloosheid.

Zie foto twee: De vlinder is bevroren maar er komt iets van verbinding met de sterke vleugels als een beschermend huis. Het monster komt ongemerkt ook dat huis binnen. Ze snapt niet hoe dat heeft kunnen gebeuren. Snel zet ze hem terug in een hoekje. Hij ziet er schuldbewust uit daar. De baby is niet meer continu verdrietig zegt ze. “Soms nog wel, maar niet de hele dag. De vlinder ontdooit haar tere vleugels onder de grotere vleugels van de vogel die nu zijn functie kan vervullen.”

Tussen de fases door benoem ik haar lichaamstaal. Een gebalde vuist, overzicht vanuit een onderuit gezakt zijn, versnelde ademhaling, met de neus op het beeld, een hand tussen haar benen. Zonder taal herkent en registreert ze. Ze seint me met haar ogen. Zonder taal wil ik haar zeggen: je lichaam is wijs. Ze wil het liefst zo min mogelijk ademen. Ik poog haar te seinen met mijn hart.

Ze is moe.

Als we klaar zijn met haar opstelling zegt ze eerst: wat ik mee neem is hoe het was en hoe het werd. Iets kan veranderen. Daarna zegt ze, “maar uiteindelijk sta je er alleen voor”. Ik merk dat ik schrik, haar overtuiging snijdt me door mijn ziel. Ze vraagt: “Hoe doe jij dat eigenlijk? Heb jij ook dingen meegemaakt? Hoe zie jij het leven?” Ik haal adem en kies mijn woorden. En dan vertel ik haar een verhaal van hopeloosheid en eigenheid, verkramping en ontwikkeling.

“We gaan toch wel door na de vakantie?” Ik beaam vanzelfsprekend. “Oh zegt ze, … gelukkig.” Misschien had ik toch iets te bieden vandaag hoor ik mezelf denken terwijl ze de ruimte verlaat. Te hard gewerkt?

Geef een reactie

Sluit Menu